Een satékroket die echt naar romige pindasaus, kokos en malse kip smaakt. Klinkt als iets uit een luxe snackbar, maar u maakt hem gewoon zelf thuis. En eerlijk: na één hap wilt u die kleffe muurvariant nooit meer.
Het mooie is: het is minder moeilijk dan u denkt. Even een middag plannen, wat liefde in de pan, en u heeft een voorraad in de vriezer waar u weken van geniet.
Waarom zelf satékroketten maken zoveel beter is
Een standaard kroket uit de snackbar is vaak vooral zout, vet en veel paneermeel. Lekker voor even, maar niet heel spannend. Een zelfgemaakte satékroket is anders. Die heeft laagjes smaak.
U proeft de kokosmelk, de zachte pindasaus, verse gember en knoflook. En natuurlijk echte stukjes kip, niet van die verdachte snippers. U bepaalt zelf hoe pittig, hoe smeuïg en hoe groot de kroketten worden. Dat voelt toch net wat rijker.
Ingrediënten voor ongeveer 12 satékroketten
Met dit recept maakt u circa 12 middelgrote kroketten van ongeveer 80 gram per stuk. Perfect voor een borrel of als luxe snack bij patat.
- 800 ml kokosmelk (liefst uit blik, geen light)
- 250 g geroosterde pinda’s (ongezouten)
- 200 g kipfilet
- 60 g bloem
- 50 g roomboter
- 25 g bruine basterdsuiker
- 25 g verse gember
- 2 eieren
- 2 tenen knoflook
- 1 sjalot
- 1 stengel citroengras (sereh)
- 3 el ketjap manis
- ½ el citroensap (of limoensap)
- Snuf chilivlokken (of sambal naar smaak)
- Zwarte peper en zout
- Paneermeel (± 150 g, eventueel meer)
- Zonnebloemolie om te frituren
Stap 1: maak eerst de pindapasta en de smaakbasis
De kracht van deze satékroketten zit in een diepe, volle pindasaus. Die begint bij goede pindapasta. Niet uit een pot, maar gewoon van pinda’s.
- Maal de 250 g geroosterde pinda’s in een keukenmachine of vijzel tot een smeuïge pasta. Het mag een beetje grof blijven, dat geeft een lekkere bite.
- Schil en hak de 25 g gember fijn.
- Pel de 2 tenen knoflook en hak ze fijn.
- Pel de sjalot en snipper deze. Het grootste deel gebruikt u later bij de kip, een klein deel kan alvast bij de saus als u dat lekker vindt.
Stap 2: de pindakokossaus laten inkoken
Nu gaat het huis al lekker ruiken. Dit is de saus die straks de vulling van uw kroket wordt. Rustig laten trekken, dat is het geheim.
- Schenk de 800 ml kokosmelk in een pan en zet op laag vuur.
- Voeg de pindapasta toe, samen met de 25 g bruine basterdsuiker, de fijngehakte gember en knoflook.
- Kneus de stengel citroengras door er met de zijkant van een mes op te drukken en leg deze in de pan.
- Voeg 3 el ketjap manis, ½ el citroensap en een snuf chilivlokken toe.
- Laat dit mengsel circa 30 minuten zachtjes inkoken met de deksel schuin op de pan. Af en toe goed roeren zodat niets aanbakt.
De saus moet dikker en romiger worden. Proef tussendoor gerust. Mist u pit, dan mag er nog wat extra chili bij.
Stap 3: de kip zacht en mals bakken
De kip mag niet droog worden. U wilt kleine, malse stukjes door de ragout. Daarom bakt u rustig en zonder hoge hitte.
- Snijd de 200 g kipfilet in heel kleine blokjes. Hoe fijner, hoe lekkerder de textuur in de kroket.
- Verhit een beetje zonnebloemolie in een koekenpan.
- Fruit het gesnipperde sjalotje op middelhoog vuur tot het goudbruin en zacht is.
- Voeg de kipblokjes toe en bak ze rustig gaar op laag tot middelhoog vuur. Laat de kip niet bruin worden. De stukjes moeten net gaar en mals zijn.
- Breng licht op smaak met peper en een snufje zout.
Stap 4: de roux maken voor een stevige ragout
Een goede kroketragout moet dik zijn. Hij mag niet uit de korst lopen. Daarom maakt u een roux: een mengsel van boter en bloem.
- Verwijder de stengel citroengras uit de ingekookte pindasaus en zet de pan even opzij.
- Smelt in een tweede pan de 50 g roomboter op laag vuur.
- Voeg in één keer de 60 g bloem toe en roer stevig met een garde of houten lepel tot een gladde pasta.
- Laat dit mengsel ongeveer 3 minuten garen op laag vuur. Blijf roeren. De bloem moet zijn rauwe smaak verliezen.
Giet nu beetje bij beetje de warme pindakokossaus bij de roux en roer telkens goed door tot het weer glad is. Zo voorkomt u klontjes.
- Roer daarna de gebakken kipblokjes door de saus.
- Proef de ragout en breng royaal op smaak met zwarte peper en zout. Nu mag de smaak echt stevig zijn, want na het koelen wordt alles iets milder.
Stap 5: laten opstijven in de koelkast
Dit is misschien het moeilijkste deel: wachten. Maar als de ragout niet goed stijf is, kunt u geen mooie kroketten rollen.
- Giet de kipsatéragout in een lage schaal of ovenschaal. Strijk de bovenkant glad.
- Dek af met folie of een bord.
- Zet minimaal 3 uur in de koelkast, maar liever een hele nacht.
Na het koelen moet de ragout stevig genoeg zijn om in stukken te snijden zonder dat het uitloopt.
Stap 6: kroketten vormen en paneren
Nu komt het moment waarop u echt kroketten ziet ontstaan. Dit is leuk werk om samen te doen. Iemand weegt, iemand rolt, iemand paneert.
- Verdeel de koude ragout in porties van ongeveer 80 g. Dit kan met een weegschaal of op het oog.
- Rol van elke portie een mooie, compacte worst. Druk eventuele scheurtjes goed dicht.
- Klop de 2 eieren los in een diep bord.
- Doe een royale laag paneermeel in een tweede bord.
- Rol elke kroket eerst door het paneermeel, dan door het ei, en daarna nog eens door het paneermeel.
Wilt u een extra knapperige en stevige korst, herhaal dan het paneren nog één keer: weer door ei en opnieuw door paneermeel. Zo zijn de kroketten minder kwetsbaar in de frituur.
Stap 7: frituren of invriezen
U kunt de kroketten meteen afbakken, maar ze worden nog mooier als u ze eerst even laat opstijven in de koelkast of vriezer. Zo blijft de vulling beter op zijn plek.
- Verhit zonnebloemolie in de frituurpan tot 180 graden.
- Bak verse of ontdooide satékroketten ongeveer 3 minuten, tot ze goudbruin en krokant zijn.
- Bak bevroren kroketten circa 5 minuten.
- Laat ze uitlekken op keukenpapier voordat u ze serveert.
Haalt u ze uit de vriezer, bak dan liever in kleine porties. Dan zakt de temperatuur van de olie niet te veel.
Handige tips en variaties
Zodra u dit basisrecept in de vingers heeft, kunt u spelen met smaken. Zo wordt elke lading net weer anders.
- Meer pit? Voeg een extra theelepel sambal of meer chilivlokken toe.
- Geen kip in huis? Gebruik fijngesneden kippendij of pulled chicken van de vorige dag.
- Liever vegetarisch? Laat de kip weg en voeg extra paddenstoelen of blokjes stevige tofu toe.
- Voor een luxere versie kunt u wat fijngehakte koriander door de afgekoelde ragout mengen.
Zo serveert u uw zelfgemaakte satékroketten
Serveer uw zelfgemaakte satékroketten met een simpele salade, krokete friet of op een vers wit broodje met wat frisse atjar. Een lepeltje extra pindasaus ernaast is nooit verkeerd.
En dan dat moment: u snijdt de kroket open. De korst kraakt, de warme kipsatéragout loopt net niet uit, en die geur van kokos en pinda komt u tegemoet. Op dat punt is de snackbar eerlijk gezegd heel ver weg.






